Het MAIL-project: een netwerk voor betere communicatie

Geplaatst op: 13 december 2018

In een jaar tijd de communicatie over bijzonder resistente micro-organismen (BRMO) van zorginstellingen in de regio naar patiënten op één lijn brengen. En dan wel op een zodanige manier dat het begrijpelijk is voor alle patiënten, ook laaggeletterden. Dat is een behoorlijke uitdaging voor het MAIL-project, dat loopt van 1 oktober 2018 tot en met 1 oktober 2019. Projectleider Juliëtte Severin is optimistisch: “Het enthousiasme en de wil zijn er bij alle mensen die we gesproken hebben.”

Onzekerheid tegengaan

“MAIL is geboren uit de behoefte om de communicatie naar patiënten beter te laten verlopen, zoals bij contactonderzoeken. Deze worden uitgevoerd als bij een patiënt onverwachts een BRMO is gevonden. Het is belangrijk te weten of die BRMO dan naar andere patiënten is verspreid. Daartoe krijgen zij een brief thuis of in het verpleeghuis met een kweekverzoek. De informatie die je daarin geeft is cruciaal. We doen allemaal vreselijk ons best om daarin de juiste en voldoende informatie te geven, maar misschien schieten we daarin wel door. Dat we informatie op een verkeerde manier geven, of dat we te veel informatie willen geven en dat het daardoor niet goed overkomt. Soms gebeurt het, bijvoorbeeld, dat het ziekenhuis een ander verhaal vertelt dan het verpleeghuis. Dat leidt tot onzekerheid bij patiënten en in bepaalde gevallen zelfs tot paniek of boosheid. Patiënten willen dan ook niet meer meewerken aan het contactonderzoek. Het is dus nodig dat wij inventariseren waar patiënten behoefte aan hebben en dat wij dat onderling afstemmen als zorgprofessionals. Dit kwam ook als duidelijk verbeterpunt naar voren bij verschillende bijeenkomsten van het ABR zorgnetwerk.”

Patiënten betrekken

“Het uiteindelijke doel is dat we een set van communicatiemiddelen krijgen, die klopt volgens de professionals, maar die ook is afgestemd op wat de patiënt wil en begrijpt. Dit zijn niet alleen teksten, maar ook illustraties om de boodschap te ondersteunen en verduidelijken. Daarmee willen we bereiken dat patiënten meer weten over resistente micro-organismen en dat dit uiteindelijk helpt met het controleren van het probleem van resistentie in de regio. Het unieke van dit project, in vergelijking met andere projecten over antibioticaresistentie, is dat we de patiënten er echt bij betrekken. Een ander doel dat we met dit project nastreven is dat professionals elkaar beter weten te vinden, door met elkaar over dit onderwerp te praten. Het netwerkaspect van dit project is heel belangrijk.”

Belangrijke samenwerking

“Omdat je een heleboel partijen nodig hebt voor dit project, is de grootste uitdaging wel om het binnen een jaar af te krijgen. We hebben namelijk input nodig van alle partijen waar we mee samenwerken. Zo helpt Pharos ons door boodschappen op te stellen die we goed kunnen overbrengen op mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden. Dit is belangrijk, want er zijn in Nederland 2,5 miljoen mensen laaggeletterd. Ik denk dat we daar nu nog onvoldoende rekening mee houden. Verder werken we met huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, artsen-microbioloog, GGD-artsen, deskundigen infectiepreventie en thuiszorg. We zullen dus hard moeten doorwerken om deze uitdaging te volbrengen. We zijn nu vol aan de slag om iedereen continu bij het proces te betrekken en enthousiast te houden.”

Stapsgewijs naar het einddoel

“In dit project zitten verschillende onderdelen en we werken stapsgewijs toe naar het uiteindelijke doel. We beginnen met inventariseren van wat er nu is in de regio aan foldermateriaal, brieven en websiteteksten over BRMO. Daar laten we een taalanalyse op uitvoeren. Dan kijken we wat noodzakelijke informatie is voor het informatiemateriaal, volgens de professionals in de infectiepreventie. Vervolgens beoordelen we of die brieven echt zo goed in elkaar zitten. We inventariseren bij patiënten of de boodschap goed is overgekomen, of er informatie gemist werd, of ze zelf op zoek zijn geweest naar andere informatie. Maar ook wat ze met de brieven gedaan hebben en wat voor gevoel de patiënten bij die brieven kregen. We kijken tegen welke problemen de zorgprofessionals in de dagelijkse praktijk aan lopen. We betrekken de communicatiemedewerkers van de verschillende partijen er ook nauw bij, die komen bij elkaar om hierover te brainstormen. Daarna passen we de verbeteringen toe en evalueren we of de informatie beter is voor de patiënten. De resultaten gaan we ter beschikking stellen aan wie het wil. Het zou mooi zijn als dit uiteindelijk ook wordt overgenomen door de andere zorgregio’s.”

 

Heb je naar aanleiding van dit artikel input voor het MAIL-project? Alle input is welkom. Neem contact op met Juliëtte via j.severin@erasmusmc.nl of met de projectcoördinator, Suzanne Verhaegh (s.verhaegh@erasmusmc.nl). Of kom naar de kennis- en netwerkdag van het ABR Zorgnetwerk Zuidwest-Nederland op 19 maart 2019, waar een sessie over dit project zal worden gehouden.

< nieuwsoverzicht

Blijf op de hoogte